e-mails verstuurd

 

 

 

Doe meer.

Wij laten het hier niet bij. We moeten internationale organisaties en de VN bewegen om deze kwestie op de agenda te zetten. We moeten zorgen dat dit zoveel mogelijk in de media komt zodat het onmogelijk wordt om te negeren. Help ons om deze dringend noodzakelijke campagne financieel mogelijk te maken. Geen luxe kantoren, geen dure reclamebureaus, slechts een 40-jarige dienststaat van ‘onmogelijke’ maar succesvol afgesloten campagnes. DONEER!!! KLIK HIER of maak een gift over via PayPal of met je credit card:

 

 
 

‘In de stad voelen we ons net zo onveilig als buitenstaanders zich onveilig voelen in het oerwoud,’

vertelt Lemmet, een man die tot de Awá-stam behoort. Maar de dichte oerwouden van de Amazone, die ooit enorme gebieden bedekten in het noordoosten van Brazilië, zijn bijna allemaal verdwenen. Hiervoor in de plaats kwam echter geen stad maar een deprimerende woestenij van schijnbaar oneindig grote veeboerderijen. De laatste verdedigingslinie tegen de vernietiging van deze eens majestueuze wouden – sommigen ervan behoren tot de oudste ter wereld – wordt gevormd door de inheemse stammen die zich al tijden verzetten tegen het opdringen van de veehouderij en de houtkap.

Dit is het verhaal van zo’n jager-verzamelaarstam, de Awá, en van hun uitzonderlijk innige band met het bos. Een verhaal van verzet en verwoesting, van hoop, en, misschien, van overleving.

 

‘Als je het bos vernietigt, vernietig je de Awá.’
— Lemmet Awá

 
 

De jacht

Voor de Awá is de jacht de kern van hun bestaan.

‘Als mijn kinderen honger hebben, dan ga ik gewoon het bos in om eten voor hen te vinden,’ vertelt Pekari Awá. Vrouwen moedigen hun mannen aan om met een overvloedige hoeveelheid wild terug te komen, een wens waaraan de mannen blijmoedig gevolg geven. De Awá die nog geïsoleerd in het bos leven maken tijdens de jacht gebruik van 2 meter lange bogen. Hun pijlen vliegen hoog en geluidloos door het bladerdak; ze kunnen slechts enkele schoten lossen voordat het wild hun aanwezigheid heeft opgemerkt.

Andere Awá hebben zich gevestigd in nederzettingen en bezitten jachtgeweren die ze van stropers hebben afgepakt en die ze hebben leren gebruiken als ware scherpschutters.

Maar iedere jager beschikt tevens over een bijzonder kunstig vervaardigde handboog en een verzameling pijlen die ze gebruiken als ze hun munitie verschoten hebben.

Taboe

Het bos is rijkelijk voorzien van wild, maar niet alles wordt buit gemaakt. Een aantal diersoorten, zoals de capibara en de harpij-adelaar, zijn taboe en geen enkele Awá zal deze eten. Het eten van een vleermuis zou hoofdpijn veroorzaken. De grote opossum? Die ruikt vies. Kolibries? Die zijn veel te klein. Andere diersoorten worden slechts in bepaalde seizoenen bejaagd. Op deze manier zorgen de Awá dat het bos als geheel blijft voortbestaan, en daarmee ook zijzelf.

arrows
 

Awá of dier?

Awá jagers zijn uiterst bekwaam in het nabootsen van geluiden. Ze kunnen hun stem vervormen om de geluiden van het woud te imiteren, van de keelklanken van de brulaap tot de lage fluittonen van het kapucijnaapje.

Kun jij horen welk geluid gemaakt wordt door een Awá en welk door een dier?

 

Jagers vs. boeren

De Awá hebben niet alleen een emotionele band met het oerwoud maar kennen het ook tot in de kleinste details. Ieder dal, bospad en rivierstroom staat ingekerfd op hun mentale landkaart. Ze weten waar de beste honing te vinden is, welke van de oerwoudreuzen vrucht gaat dragen en wanneer het de beste tijd is om te jagen. Voor hen betekent het woud bescherming: ze kunnen het zich niet voorstellen dat het verder verbeterd of ontwikkeld zou moeten worden.

Als nomadisch levende jagers en verzamelaars zijn de Awá altijd onderweg. Maar dit zijn geen doelloze dwaaltochten, het is juist op deze wijze dat ze een fundamentele band in stand houden met hun land. Het is voor hen ondenkbaar om zich elders te vestigen, om het land van hun voorouders te verlaten.

‘Als de buitenstaanders komen, dan is het net alsof ons bos wordt opgegeten,’ zegt Takia Awá.

Voor de buitenstaanders – voor ons dus – betekent stilstand achteruitgang. De grenzen worden constant opgeschoven onder druk van rusteloze verwesterde samenlevingen die, simpelweg om hun levenswijze te handhaven, steeds weer nieuw land moeten ‘veroveren’.

Misschien ook wel een vorm van nomadisme, maar dan anders.

 

Economische bloei = crisis

Het economische wonder dat zich in Brazilië voltrekt is voor een belangrijk deel te danken aan haar rijke bodemschatten. Alleen al onder de Carajás-mijn, 600 km ten westen van het gebied van de Awá, bevinden zich zeven miljard ton ijzererts. Het is de grootste ijzerertsmijn op aarde. Dag en nacht rijden 2 km lange treinen, de langste ter wereld, heen en weer tussen de mijn en de Atlantische oceaan. Onderweg passeren ze op slechts enkele meters de bossen waar nog ongecontacteerde Awá leven.

Toen in de 80er jaren de 900 km lange spoorweg werd aangelegd, voor een deel dwars door het Awá-gebied, besloten de autoriteiten om met een groot aantal Awá contact te maken en hen te vestigen in een vaste woonplaats. De gevolgen waren tragisch: velen kwamen om door malaria en griep. In een van de gemeenschappen waren vier jaar na het eerste contact van de 91 mensen nog maar 25 in leven.

Tegenwoordig komen via de spoorlijn talloze buitenstaanders die op zoek zijn naar land, werk en het wild dat eenvoudig gestroopt kan worden op het land van de stam.

Deze recente migratiegolf van buitenstaanders hoeft echter niet het einde te betekenen voor de Awá. Andere stammen in Brazilië, zoals de Yanomami, hebben in het verleden ook ernstig te lijden gehad van indringers op hun land. Ze konden zich weer herstellen nadat de regering gedwongen werd om actief hun land te beschermen.

 

Familie

Duif!’ riep een Awá-vrouw genaamd Parkiet. ‘Laten we haar Duif Awá noemen – het is de vogel die zingt en op de grond loopt.’

De Awá geven hun kinderen pas een naam wanneer de juiste naam zich vanzelf aandient. Een andere dochter van Parkiet heet Regenwoudboom. En een Awá-kindje dat heel beweeglijk is heeft de naam Aardworm gekregen.

De stamleden zijn uitzonderlijk gesteld op huisdieren: de meeste gezinnen tellen meer huisdieren dan mensen, van wasbeerachtige coatis tot wilde zwijnen en koningsgieren. Apen zijn zonder twijfel echter de meest populaire troetels.

Pets

‘IK BESTEED VEEL TIJD AAN HET GEVEN van borstvoeding aan de baby aapjes,’ legt Parkiet uit. ’En wanneer ze zijn opgegroeid keren ze terug naar het bos om daar te leven. Ik kan van hieruit de brulaap, die vroeger mijn troeteldier was, horen zingen in het bos.’

Hoewel wilde apen een belangrijke voedselbron zijn, zal een aap die ooit als baby werd opgenomen in een gezin en met de borst gevoed werd, nooit worden opgegeten. Zelfs nadat het is teruggekeerd in het woud zullen de Awá het dier beschouwen als hanima: deel van de familie.

 
 

'Huisdieren' van de Awá

  • Parkiet

    Parkieten zijn prachtig maar hun scherpe kreten doen pijn aan de oren. De Awá delen met hen de vruchten die ze in het oerwoud vinden.

  • Kapucijneraapje

    Kapucijneraapjes zijn de meest ondeugende huisdieren die constant kattenkwaad uithalen.

  • Agoeti

    Agoeti’s zijn de enige dieren die met hun tanden de harde schil van de paranoot kunnen kraken. Maar hun ongelofelijk sterke beet weerhoudt Awá-vrouwen er niet van om deze jonge dieren de borst te geven.

  • Uil

    Deze nachtdieren waken over de Awá als ze in het donker door het bos trekken, hun pad verlicht door het schijnsel van brandend hars.

  • Pekari

    Pekari’s of navelzwijnen zijn als baby echte knuffeldieren, maar ze worden enorm groot en sterk als ze volwassen zijn — met scherpe slagtanden.

  • Coati

    Coati’s zijn verwant aan de wasbeer. Het zijn bijzonder goede klimmers en ze vinden het heerlijk om een hangmat te delen met mensen.

  • Tamarin

    Tamarin’s of zijdeaapjes houden ervan om met Awá kinderen te spelen. Kleine Vlinder heeft een tamarin als huisdier en vaak plagen ze elkaar.

 
The railway

De wereld van de

geesten

Je zou denken dat een ritueel dat ’s nachts voltrokken wordt, bij het licht van de volle maan, een enge en bedreigende aangelegenheid is. Dat is niet het geval bij de reis die de Awá ondernemen naar het rijk van de bosgeesten: dat is een vertrouwd familiegebeuren. De kinderen kijken toe als de vrouwen hun mannen versieren met veren van de koningsgier, waarbij ze boomhars gebruiken als lijm.

Later op de avond, als het gezang van de volwassenen luider wordt, en de mannen zich begeven naar de plaats van de geesten, vallen de baby’s in slaap bij het schijnsel van de maan. Er wordt geen gebruik gemaakt van drugs of alcohol: het ritmische gezang voldoet om de mannen in een trance te brengen.

Ingang naar een andere wereld

Tijdens het ritueel verlaten de mannen de Aarde om een tocht te maken naar het domein van de bosgeesten. Om die plek te bereiken moeten ze eerst door een poort in de vorm van een jachthut, een doorgang tussen de twee werelden. Één voor één betreden de mannen de iwa, waar ze de geesten van hun voorouders ontmoeten en de geesten van het bos.

In de iwa verloopt de jacht altijd voorspoedig want dit is ook de plek waar de dieren van het woud thuis zijn. Niet aanwezig zijn echter de kolonisten—noch hun paarden, vee of kippen.

 

Ongecontacteerde Awá

De Awá die geen enkel contact onderhouden met buitenstaanders behoren tot de laatste ongecontacteerde volken op aarde.

Als nomaden dragen ze de voorwerpen die ze nodig hebben met zich mee tijdens hun trektochten: pijlen en bogen, kinderen, huisdieren. Alles betrekken ze uit het oerwoud: de manden zijn gemaakt van palmbladeren, lussen van klimplantstengels worden gebruikt om bomen te beklimmen, boomhars wordt verbrand om licht te verschaffen.

 

De materiële bezittingen van een nomadische jager

Makỹa

Lussen van klimplantstengels worden gebruikt om de hoogste bomen te beklimmen op zoek naar honing.

Manakũa

Na een succesvolle jacht maken de Awå snel een rugzak van gewoven palmbladeren om de buit in te dragen.

Irapara, iwya

De 2 meter lange pijlen worden naar hun doel geleid door veren van de harpij-adelaar.

Ikaha

Deze sterke hangmatten worden gemaakt van palmboomvezels.

Tapãí

De nomadische Awå die nog steeds geïsoleerd in het oerwoud leven bouwen geen huizen, maar maken onderkomens van takken en palmbladeren.

Hunter Toolkit

De meest kwetsbare stam op Aarde

Hoewel de ongecontacteerde Indianen volledig zelfvoorzienend zijn, zijn ze toch ook bijzonder kwetsbaar. Een hele gemeenschap kan bezwijken aan een gewone verkoudheid bijvoorbeeld, en als ze in botsing komen met de illegale houtkappers zijn ze met hun pijl-en-boog kansloos tegen de geweren van de indringers.

 

Invasie

Ongecontacteerde Awá bewegen zich altijd van het ene naar het andere jachtgebied. Maar nu hebben ze een andere reden om alsmaar verder te trekken.

De Awá zijn niet de enigen die de enorme woudreuzen op hun waarde weten te schatten: hun territorium is wettelijk beschermd gebied, maar criminele bendes die illegaal hout kappen maken enorme winsten. Ze worden enkel in hun winststreven belemmerd door het regenseizoen en het verzet dat de stam kan bieden. De overheid is in dit grensgebied praktisch afwezig.

Einde der tijden

Maar wanneer de regenbuien minder heftig worden voeren de houtkappers hun activiteiten op en steken de veeboeren nog grotere delen van het woud van de Awá in brand. Zwarte rookpluimen verrijzen uit het bladerdak en verduisteren de zon. Het woud knettert en smeult na: het lijkt op het einde der tijden.

 

Geen tijd te verspillen

De aanslag van de houtkappers en veeboeren heeft een kritische grens bereikt: zo’n 30% van één van de wettelijk beschermde Awá-reservaten is ontbost. Het woud van de Awá verdwijnt in een hoger tempo dan waar ook in de andere inheemse gebieden van Brazilië.

 

Toekomst

Toen hij voor het eerst een stad zag, dacht Kleine Ster Awá dat de bewoners op het dak van de gebouwen woonden, zoals de apen die in de boomtoppen slapen. Hij kon niet begrijpen waarom sommige mensen op straat leefden, en dat niemand hen voorzag van voedsel en onderdak.

Awa-future

Als hun oerwoud verloren gaat, dan hebben de Awá geen enkele hoop dat ze kunnen blijven voortbestaan als volk. Zoals Lemmet Awá het verwoordde: ‘Als jullie het oerwoud vernietigen, dan vernietigen jullie ook de Awá.’

Maar zolang hun oerwoud bestaat, kunnen alle Awá zelf kiezen hoe ze willen leven en wat ze willen overnemen van de wereld daarbuiten.

De moeilijkste keuze is voor degenen die nog steeds ongecontacteerd zijn: zullen ze contact met ons maken of blijven ze in het bos. Dat moet hun eigen keuze zijn, niet die van ons. Dat is het minste dat we aan hen verplicht zijn.

 

Survival International

Survival International is de enige internationale organisatie die zich inzet voor de rechten van inheemse stammen over de hele wereld. Voor financiële ondersteuning zijn we vrijwel volledig aangewezen op donaties van particulieren. Wij werken subsidievrij en kunnen daarom een onafhankelijke koers blijven volgen. Dit is uiterst belangrijk omdat de rechten van inheemse stammen vaak juist door overheden worden geschonden. Al 40 jaar lang helpt Survival inheemse stammen, om hun bestaan te verdedigen, hun land te beschermen en zelf hun toekomst te bepalen.

 

Deze campagne werd mede mogelijk gemaakt door:

CAFOD; CIMICultures of ResistanceFUNAIThe Staples Trust

Colin Firth • Louis Forline, donations in memory of Laurent Fuchs • Uirá Garcia • Marina Magalhães

Heitor PereiraDomenico PuglieseHans Zimmer

en de vele duizenden donateurs van over de hele wereld die het werk van Survival steunen.