De laatste vijf Akuntsu vertellen over de genocide op hun volk.
De Akuntsu-stam in de Amazone telt slechts vijf leden. Zij wonen in een klein afgebakend deel van het bos in de deelstaat Rondônia, in westelijk Brazilië.
Na het overlijden van deze laatste vijf stamleden zal de Akuntsu-stam uitgestorven zijn en is er een uniek volk met een unieke taal en cultuur voorgoed verloren gaan.
In 1995 maakten veldwerkers van FUNAI, het Braziliaanse overheidsdepartement voor Inheemse Zaken, contact met een vijftal Kanoê-indianen die in hetzelfde gebied als de Akuntsu wonen. De Kanoê vertelden dat zij de moestuinen en huizen van een andere ongecontacteerde groep hadden gezien, die zij de Akuntsu noemden.
Pas enkele maanden later werd er contact gelegd met de Akuntsu. Verontrustend was dat zij slechts met zijn zevenen waren. Inmiddels is een van de dochters van medicijnman Konibu overleden; zij kwam in 2000 om het leven toen er tijdens een storm een boom op het huis van de familie viel. De oudste Akuntsu, Ururu, is in oktober 2009 gestorven.
Sinds de jaren 70 is FUNAI bekend met het bestaan van geïsoleerd levende inheemse stammen in Rondônia. Door de aanleg van een hoofdweg door de deelstaat, de BR-364, stroomden veeboeren, houthakkers, grondspeculanten en kolonisten het gebied binnen.
Doordat steeds meer van het woud werd vernietigd, sloegen de ongecontacteerde Indianen op de vlucht voor de bulldozers en zochten ze hun toevlucht in de slinkende resten van het bos. Hoeveel er omgekomen zijn door ziekte en geweld zullen we nooit weten.
Ondanks dat de veeboeren volhielden dat er geen ongecontacteerde Indianen meer waren, ging in de jaren 80 een aantal vastberaden veldwerkers van FUNAI op zoek naar geïsoleerd levende stammen, wetende dat ze ernstig werden bedreigd.
Op meerdere plekken werden sporen van Indianen ontdekt. Zo werd in 1984 met pijl en boog op een tractor van houthakkers geschoten. Ook werden er verlaten gemeenschapshuizen en moestuinen aangetroffen, wat bewees dat de Indianen overhaast waren vertrokken.
In de regio Corumbiara deden geruchten de ronde dat ongecontacteerde Indianen waren afgeslacht door gewapende mannen, ingehuurd door veeboeren.
FUNAI ontdekte in 1985 een bewijs van de slachtpartij: een complete maloca (traditioneel huis van de Amazone-indianen) was platgewalst met een bulldozer en door veeboeren met aarde bedekt, in een poging de aanval te verdoezelen.
Er werden potscherven en pijlen opgegraven, waarvan Konibu bevestigde dat ze van de Akuntsu waren. Hij noemde de namen op van veel familieleden die waren vermoord.
Pupak, de andere Akuntsu man, werd in de rug geschoten toen hij op de vlucht sloeg voor gewapende mannen, en draagt daar nog altijd de littekens van. Hoe traumatisch hun ervaring was, blijkt uit de angst die de Indianen hebben voor zowel de veeboeren die nog altijd een deel van hun land bezetten, als voor het lawaai van de kettingzagen dat vlakbij te horen is.
De Akuntsu leven in voortdurende angst voor de bedreigingen die van alle kanten komen. Help hen het recht op hun land vast te leggen.
Een brief sturen naar politici en overheden is een eenvoudige en doeltreffende manier om uw zorg uit te spreken en veranderingen te bewerkstelligen.
Met een donatie steunt u Survival bij het voeren van publicitaire of juridische steuncampagnes ten behoeve van inheemse volksstammen in nood.