Overwinning op Brits mijnbouwbedrijf
De Dongria Kondh haalden in 2010 een historische overwinning op een van ’s werelds grootste mijnbouwbedrijven.
Het Britse bedrijf Vedanta Resources was van plan een open bauxietmijn aan te leggen op de berg Niyamgiri in India.
Door de mijn zouden de bossen waar de Dongria Kondh van afhankelijk zijn, compleet zijn verwoest. Duizenden andere inheemse Kondh in de regio werden ook door de mijn bedreigd.
Het leven van de Dongria Kondh is onlosmakelijk verbonden met de Niyamgiri-heuvels in de Indiase deelstaat Odisha. Elders kan dit volk niet bestaan. En juist in deze heuvels wil het Britse mijnbouwbedrijf Vedanta Resources een open mijn gaan exploiteren.
|
| ‘Mine: story of a sacred mountain’ met commentaar van Joanna Lumley – over het verzet van de Dongria tegen de mijnbouwplannen |
De Dongria bedrijven landbouw op de berghellingen en in de bossen. Ze verzamelen wilde vruchten, bloemen en bladeren voor de verkoop.
Er wonen meer dan 8000 Dongria Kondh in meerdere dorpen in de heuvels van de Niyamgiri streek
Zij noemen zichzelf Jharnia, ofwel ‘beschermers van de waterlopen’, omdat zij zorg dragen voor hun heilige bergen en de levengevende rivieren die in de dichte bossen ontspringen.

© Jason Taylor/Survival
De Dongria aanbidden de Niyam Dongar berg als de plek waar hun god Niyam Raja zetelt. Voor Vedanta is de berg slechts een laag bauxiet met een waarde van twee miljard dollar.
De open mijn van Vedanta zou de Niyamgiri-streek in een industriële woestenij veranderen. Mijnbouw zou de bossen vernietigen, de rivieren ontregelen en het einde betekenen van de Dongria Kondh als volk.
De Dongria en andere regionale Kondh volken, die ook Niyam Raja aanbidden, zijn vastbesloten om hun heilige berg te beschermen.
Het protest van de Dongria is uiterst fel geweest: ze hebben wegblokkades opgeworpen, een menselijke keten gevormd, talloze betogingen gehouden. Ze hebben zelfs een jeep van Vedanta in brand gestoken toen deze het heilige plateau op reed.
De regering van India heeft de vergunning geweigerd die Vedanta nodig had om de mijn te bouwen. Ze gaf voorrang aan de rechten van de Dongria Kondh en stelde deze boven de slotbalans van het bedrijf.
Maar Vedanta ging in hoger beroep. Opnieuw hangt de toekomst van de Dongria aan een zijden draad.
Centraal in de strijd staat de heilige berg van de Dongria, de ‘berg van het recht’. De Dongria aanbidden de bergtop als de plek waar hun god zetelt en beschermen haar bossen.
Vedanta Resources wil juist op deze heilige bergtop bauxiet winnen.
Door deze mijn zouden de Dongria Kondh hun middelen van bestaan, hun identiteit en hun belangrijkste religieuze plek kwijtgeraken.
Zoals andere ontheemde inheemse volken, zouden ook zij hun gezondheid en hun zelfredzaamheid verliezen. Hun kennis en deskundigheid inzake de bergen en de bossen en hun traditionele landbouwvormen zouden voorgoed verloren gaan.
Andere Kondh bevolkingsgroepen hebben al te lijden van de bauxietraffinaderij die Vedanta aan de voet van de bergen heeft gebouwd.
Dorpelingen zijn door de bouw van de raffinaderij hun dorp en hun landbouwgrond kwijtgeraakt. Ze werden bedreigd en geïntimideerd. Door de vervuiling van de raffinaderij hebben ze huidproblemen, wordt het vee ziek en is hun oogst beschadigd.
Volgens de raad voor toezicht op vervuiling van de deelstaatregering van Odisha, is de uitstoot van de raffinaderij ‘zeer verontrustend’ en ‘niet-aflatend’.
Toen het Hooggerechtshof van India in 2010 instemde met het project leek exploitatie van de mijn slechts een kwestie van tijd.
De Dongria bleven zich echter eensgezind verzetten tegen Vedanta of wie dan ook die hun heilige berg dreigde te transformeren in een industriële woestenij.
Toen het Hof ‘in principe’ instemde met het project stelde ze onder andere de voorwaarde dat een deel van de opbrengsten zou worden geinvesteerd in de ‘ontwikkeling van de stam’.
Maar noch ‘ontwikkeling’, noch een ‘compensatiepakket’ zou de problemen oplossen die mijnbouw op de berg Niyamgiri zou veroorzaken: de vernietiging van een unieke biotoop en een unieke leefcultuur.
De Dongria beschuldigden Vedanta ervan ‘hen met geld te proberen weg te spoelen’: “Mijnbouw betekent enkel winst voor de rijken. Wij zullen tot de bedelstaf geraken als het bedrijf onze berg en onze bossen vernietigt om geld te verdienen. Wij willen geen mijn en geen enkele hulp van het bedrijf.”
Vedanta is door de Indiase miljardair Anil Agarwal opgericht. Hij bezit meer dan de helft van de aandelen in het bedrijf.
De Dongria werden de laatste maanden voor hun overwinning in de strijd tegen de mijn praktisch belegerd in hun heuvelgebied.
De niet inheemse dorpsbewoners, die geen land bewerken maar voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van loonarbeid, blokkeerden de wegen naar de Niyamgiri heuvels.
Jonge mannen, sommigen gewapend met bijlen, weigerden buitenstaanders, waaronder journalisten, de toegang tot Niyamgiri en de dorpen van de Dongria Kondh.
Zij deden dit om te voorkomen dat men de klachten van de Dongria zou kunnen horen.
Nog voor de verstrekking van een mijnbouwvergunning liet Vedanta aan de voet van de Niyamgiri berg een bauxietraffinaderij bouwen. De raffinaderij zou echter pas rendabel zijn als ze werd voorzien van bauxiet uit Niyamgiri.
De raffinaderij heeft akkers en bossen verwoest. Ruim honderd gezinnen verloren hun huis, inclusief gezinnen van de Majhi Kondh, die ook de Niyamgiri aanbidden en net zo vastbesloten zijn de berg te beschermen als de Dongria.
De raffinaderij van Vedanta is nog steeds in bedrijf.
Rode modder, een giftige smurrie, is het voornaamste afvalproduct van de raffinaderij. In de zon droogt het op tot fijnstof, dat volgens de dorpsbewoners hun gewassen opslokt en verstikt.
Milieu inspecteurs van de overheid berichten over ‘grondwaterverontreiniging’ veroorzaakt door het ‘alarmerende’ en ‘niet-aflatende’ wegstromen van rode modder.
Plaatselijke bewoners melden dat zij zweren op hun lichaam krijgen nadat ze zich hebben gewassen in rivieren in de buurt van de raffinaderij. Ook is er vee doodgegaan na het drinken dit water.
Het dorp Kinari werd geheel verwoest om plaats te maken voor de raffinaderij. Meer dan 100 gezinnen werden ondergebracht in een hervestigingsdorp dat plaatselijk bekend staat als de ‘rehabilitatiekolonie’.
Dit ommuurde ‘dorp’ bestaat uit een aantal betonnen tweekamerwoningen, omcirkeld met prikkeldraad. De bewoners hebben geen landbouwgrond en, hoewel sommigen als arbeider werken voor Vedanta, overleven de meeste mensen op aalmoezen.
Een Kondh vrouw uit de rehabilitatiekolonie zei tegen Survival: “Alles wat ik kan doen is de hele dag op dit beton zitten. We zitten hier maar te zitten en we krijgen rijst. Wat voor leven is dat?”
In oktober 2008 werd Dino Majhi dood aangetroffen. Hij hing met een touw om zijn nek in zijn huis in de kolonie. Zijn keel was doorgesneden. Hij stond in de omgeving bekend als actievoerder tegen Vedanta. De plaatselijke politie arresteerde een verdachte en verklaarde dat het om een moord in de privé-sfeer ging. Velen geloven echter dat Dino’s moordenaar een politiek motief had.
Uw steun is noodzakelijk om de Dongria Kondh te helpen overleven. Dat kan op allerlei manieren.
Steun Survival International en draag rechtstreeks bij aan het verbeteren van de levensomstandigheden en de toekomstperspectieven van inheemse stammen.