Ongecontacteerde indianenstammen in Brazilië

In het hart van het Amazone-regenwoud in Brazilië leven inheemse stammen die niet in contact staan met de buitenwereld.

Illegale houthakkers en veeboeren dringen hun land binnen en dragen ziektes over.

Als hier geen eind aan gemaakt wordt, dan zullen deze stammen uitsterven.

Kom in actie ↓ Doneer →

© G. Miranda/FUNAI/Survival

In het Amazonegebied in Brazilië leven het grootste aantal geïsoleerde stammen ter wereld. Wij noemen deze stammen ‘ongecontacteerd’ (uncontacted) omdat zij geen contact hebben met de buitenwereld, en omdat ‘contact’ voor hen grote gevaren met zich mee zou brengen. Volgens FUNAI, het Braziliaanse overheidsdepartement voor inheemse zaken, zouden er zich wel 70 ongecontacteerde groepen in het regenwoud kunnen bevinden.

De keuze die deze stammen maken om contact met andere stammen en met buitenstaanders bewust te vermijden is vrijwel zeker het gevolg van eerdere ervaringen met de buitenwereld, die voor hen rampzalige gevolgen hebben gehad. Ook voelen ze zich bedreigd door buitenstaanders die in grote aantallen hun leefgebieden binnendringen – een invasie die gepaard gaat met de vernietiging van het regenwoud.

Zo leven in de deelstaat Acre ongecontacteerde groepen die vermoedelijk afstammen van Indianen die in de tijd van de rubberhausse in slavernij verkeerden en via de rivieren stroomopwaarts zijn gevlucht.

Een vreemde in het bosInheemse stammen in het Amazonegebied vertellen over hun eerste ervaring met de buitenwereld en de rampzalige gevolgen van dit opgedrongen contact.

De herinneringen aan de gruweldaden waaraan hun voorouders werden onderworpen zijn waarschijnlijk nog springlevend in deze kleine gemeenschappen.

Van deze stammen is weinig bekend. Wat we wel weten is dat ze geen contact willen met de buitenwereld: ze schieten met pijl en boog op buitenstaanders en vliegtuigen, en ze vermijden contact door zich diep in het regenwoud schuil te houden.

© G. Miranda/FUNAI/Survival

Sommigen, zoals een afgesplitste groep van de Awá-indianen, zijn nomadische jager-verzamelaars. Zij kunnen in een paar uur een onderkomen bouwen en deze enkele dagen later weer verlaten.

Andere stammen hebben een meer gevestigd bestaan. Ze wonen in gemeenschappelijke huizen en verbouwen op vrijgemaakte plekken in het regenwoud gewassen zoals maniok. Ze jagen en vissen.

In Acre zouden in totaal wel 600 Indianen leven die tot vier verschillende groepen behoren. Ze hebben hier een betrekkelijk rustig bestaan in verschillende afgebakende gebieden (inheemse reservaten) die grotendeels onaangetast zijn.

In het Massacó gebied in Rondônia leven naar schatting 300 ongecontacteerde Indianen.

© G. Miranda/FUNAI/Survival

Deze Indianen maken gebruik van enorme bogen met pijlen – er is een boog met een spanwijdte van vier meter gevonden – die qua omvang en ontwerp grote overeenkomsten vertonen met die van de Sirionó-stam in het naburige Bolivia.

Ze eten graag schildpaddenvlees, blijkt uit de schildpadresten die gevonden zijn in verlaten nederzettingen.

Van andere ongecontacteerde groepen daarentegen zijn er zo weinig mensen over dat je ze de vingers van één hand kan tellen. Ze leiden een onzeker bestaan tussen overleven en uitsterven.

Deze kleine, versplinterde groepen, die voornamelijk in de deelstaten Rondônia, Mato Grosso en Maranhão leven, zijn de overlevenden van barbaarse vormen van landroof, waarbij ze doelgericht werden aangevallen en vermoord door houthakkers, veeboeren en anderen.

Tot op de dag van vandaag worden ze doelbewust opgejaagd en worden hun leefgebieden in een snel tempo ontbost.


FUNAI-functionaris José Carlos Meirelles met
pijlen die afkomstig zijn van ongecontacteerde Indianen.
© Gleison Miranda/FUNAI

Bijzonder bedreigend zijn de grootschalige hydro-elektrische stuwdamprojecten en de aanleg van wegen die onderdeel vormen van het ‘versnelde ontwikkelingsplan’ van de Braziliaanse overheid.

De Jirau en Santo Antonio stuwdammen, die momenteel in de Madeira-rivier worden gebouwd, bevinden zich op zeer korte afstand van nederzettingen van verschillende ongecontacteerde stammen. Volgens recente berichten uit het gebied zijn sommige groepen op de vlucht gegaan voor het lawaai en de vervuiling van de bouwplaatsen.

Ongecontacteerde stammen zijn bijzonder kwetsbaar voor ziektes als griep of verkoudheid. Zij hebben geen weerstand tegen deze voor hen onbekende ziektes, die door buitenstaanders (onbewust) overgedragen kunnen worden. Daarom moet contact met hen onder alle omstandigheden vermeden worden.

Ondanks de meedogenloze omstandigheden hebben zich opmerkelijke staaltjes van overlevingskunst voorgedaan. Karapiru, een Awá, overleefde een moordaanslag op zijn gemeenschap en verstopte zich tien jaar lang helemaal alleen in het regenwoud, totdat hij gevonden werd en geholpen werd om bij een andere groep Awá een nieuw leven op te bouwen.

Om te voorkomen dat zij, en het regenwoud waarvan ze afhankelijk zijn, voor altijd verdwijnen, moeten de ongecontacteerde stammen in Brazilië beschermd worden en moeten hun landrechten worden erkend.

Ongecontacteerd, maar niet ‘onontdekt’

Wereldwijd zijn er stammen die besloten hebben om geïsoleerd te blijven van de rest van de samenleving en zelfs van andere inheemse volken.

Dat betekent niet dat ze ‘niet ontdekt’ zijn, of ‘onveranderd’ zijn gebleven. Van de meeste is bekend dat ze bestaan en allemaal passen ze zich, ondanks hun isolement, voortdurend aan hun veranderende omstandigheden aan.

Geïsoleerd levende Jururei vrouw in het Urueu Wau Wau reservaat. Rondônia, Brazilië.
Geïsoleerd levende Jururei vrouw in het Urueu Wau Wau reservaat. Rondônia, Brazilië.
© Rogerio Vargas

Velen hebben bij tijd en wijle contact – soms vijandig contact – met andere stammen. Ze zijn zich zeer wel bewust van het bestaan van andere samenlevingen rondom hen.

Naburige inheemse gemeenschappen en het FUNAI weten in de meeste gevallen waar deze groepen zich ongeveer bevinden.

Sinds 1987 heeft FUNAI een afdeling die zich uitsluitend bezig houdt met ongecontacteerde Indianen. Het is hun beleid om slechts contact te maken in die gevallen waar het voortbestaan van de stam acuut wordt bedreigd.

In alle andere gevallen worden geen toenaderingspogingen gedaan. FUNAI probeert daarentegen om hun grondgebied af te bakenen en met behulp van beschermingsposten hun land te beschermen tegen buitenstaanders.

Ongecontacteerde stammen moeten het recht hebben om zelf te beslissen of ze wel of niet afgezonderd willen leven. Maar om gebruik te kunnen maken van dit recht hebben ze ruimte en tijd nodig.

Kaart van de Braziliaanse overheid met geïsoleerd levende volksstammen.
Kaart van de Braziliaanse overheid met geïsoleerd levende volksstammen.
© FUNAI

Ze kunnen alleen overleven als hun land, waarover ze eigendomsrechten hebben volgens zowel de nationale (Braziliaanse) wetgeving als het internationaal recht, beschermd wordt. Ze moeten met rust gelaten worden, zonder angst voor geweld of voor toenaderingspogingen die voor hen fataal kunnen zijn.

Contact mag alleen plaatsvinden wanneer de stam zelf besluit dat ze er klaar voor is.

Bedreigingen

Keer op keer heeft contact met de buitenwereld voor de ongecontacteerde stammen in Brazilië rampzalige gevolgen gehad.

Deze zeer afgelegen levende volken zijn erg kwetsbaar omdat ze geen weerstand hebben opgebouwd tegen ziektes die elders veelvuldig voorkomen.

Binnen een jaar na een eerste ontmoeting met mensen van buitenaf overlijdt doorgaans 50% van zo’n geïsoleerd levende stam aan ziektes als de mazelen en griep.

Zo werd werd de bevolking van de Matis tot de helft gereduceerd na hun ‘eerste contact’. Zowel jong en oud, waaronder de meeste sjamanen, overleed aan voor hen onbekende ziektes.

De Matis: ‘Voordat we het wisten, hadden we allemaal longontsteking’De Matis in Brazilië vertellen over de verwoestende gevolgen van het eerste contact van hun volk met de buitenwereld.

In gebieden waar ongecontacteerde stammen leven, gaan economische projecten gepaard met conflicten en gewelddadige botsingen. Hierbij vallen aan beide kanten doden – aan de kant van de Indianen meestal veel meer dan aan de kant van de indringers.

De Akuntsu werden op gruwelijke wijze aangevallen door veeboeren en de stam werd bijna compleet uitgemoord. De laatste vijf Akuntsu die nog in leven zijn, zijn de enige getuigen van de barbaarse slachting van hun families en vrienden en de vernietiging van hun nederzettingen met bulldozers.

De allerlaatsten

Helaas zijn er van sommige ongcontacteerde stammen nog maar enkele leden in leven. Hieronder volgen enkele van deze uiterst bedreigde stammen.

De ‘laatste van zijn volk’

Het huis en de tuin van de 'Man van de kuil' waar hij maniok en andere groenten verbouwt.
Het huis en de tuin van de 'Man van de kuil' waar hij maniok en andere groenten verbouwt.
© J.Pessoa

Algemeen wordt aangenomen dat deze eenzame man de allerlaatste overlevende is van zijn stam. Zijn stam is waarschijnlijk uitgemoord door de veeboeren die in het gebied van Tanaru (in de deelstaat Rondônia) zijn neergestreken.

Hij leidt een eenzaam bestaan en is voortdurend op de vlucht. We kennen zijn naam niet en weten niet tot welke stam hij behoort of welke taal hij spreekt.

Hij wordt soms eenvoudigweg aangeduid als de ‘man van de kuil’ vanwege de grote kuilen die hij graaft om dieren te vangen of om zich in te verschuilen.

Hij wijst iedere vorm van contact volledig af.

FUNAI heeft een klein stukje regenwoud afgebakend om hem te beschermen. Dit stukje bos wordt helemaal omgeven door land van veeboeren.

Eind 2009 werd de man onder vuur genomen door huurlingen van de veeboeren. De veeboeren in Rondônia zetten wel vaker huurmoordenaars in om ongecontacteerde Indianen te doden.

De Piripkura (Mato Grosso)

We weten niet welke naam deze mensen aan zichzelf geven, maar hun buren, de Gavião-indianen, noemen hen de Piripkura, ofwel het volk van de vlinders, omdat ze constant door het oerwoud trekken. Ze spreken het Tupi-Kawahib, dat deel uitmaakt van een taalfamilie die door verschillende volken in Brazilië wordt gesproken.

Slapende Piripkura man.
Slapende Piripkura man.
© Jair Candor

De Piripkura telden ongeveer 20 mensen toen FUNAI aan het eind van de jaren ’80 voor het eerst contact met hen maakte. Na dit contact verdwenen ze weer in het regenwoud. Sindsdien is opnieuw contact gelegd met drie leden van de stam.

In 1998 zochten twee Piripkura-mannen, Mande-í en Tucan, op eigen initiatief contact. Een van hen was ziek en moest in het ziekenhuis worden opgenomen.

In de korte tijd die hij doorbracht in het ziekenhuis vertelde hij hoe zijn volk tot voor kort veel talrijker was geweest en hoe ze door blanken waren uitgemoord. Nu trok hij samen met zijn enige metgezel door het regenwoud, jagend, vissend en eetbare planten verzamelend.

Er is een reeële dreiging van genocideBraziliaanse overheidsambtenaar over de situatie van de Piripkura

We weten niet of er nog andere overlevende Piripkura zijn. Maar Mande-í en Tucan lopen groot gevaar nu er voortdurend houthakkers illegaal hun land binnendringen, hun bospaden blokkeren en hen het jagen onmogelijk maken.

FUNAI heeft een voorlopig verbod uitgevaardigd op het zonder toestemming betreden van het land van de Piripkura en het in dit gebied starten van economische projecten.

Maar als de overheid niet direct stappen onderneemt om hun land in kaart te brengen en te registreren als hun wettig eigendom, dan zal de Piripkura-stam wel eens voor altijd kunnen verdwijnen.

De Kawahiva (Rio Pardo, Mato Grosso)

Er is weinig bekend over deze stam maar aangenomen wordt dat ze behoren tot de Kawahiva-groep. Volgens een schatting van FUNAI telden ze enkele jaren geleden ongeveer 50 mensen, maar hun aantal is op dit moment misschien nóg geringer.

Een overhaast verlaten huis van geïsoleerd levende Indianen, Rio Pardo, Brazilië.
Een overhaast verlaten huis van geïsoleerd levende Indianen, Rio Pardo, Brazilië.
© Survival

Er zijn aanwijzingen dat ze geen kinderen meer krijgen omdat ze constant op de vlucht zijn voor houthakkers en andere indringers. Omdat ze geen vaste verblijfplaats meer hebben kunnen ze geen gewassen verbouwen en zijn ze geheel afhankelijk van de jacht en de visvangst.

Hun land wordt nog niet beschermd en daarom is er een groot gevaar dat ze, als volk, niet zullen overleven. Houthakkers die veelal opereren vanuit Colniza, één van de gevaarlijkste grenssteden in Brazilië in één van de meest ontboste regio’s in het Amazonegebied, dringen voortdurend hun leefgebied binnen.

Geheel onverwacht heeft de openbare aanklager van de deelstaat een onderzoek ingesteld naar de genocide op deze Kawahiva. Volgens de definitie van de Verenigde Naties is genocide het ‘opzettelijk een groep onderwerpen aan levensomstandigheden die gericht zijn op de gehele of gedeeltelijke fysieke vernietiging van deze groep’.

Er zijn sterke aanwijzingen dat houthakkers hen doelbewust dwingen om hun nederzettingen te verlaten en een vluchtend bestaan te leiden.

De Korubo (Javari-vallei)

Gelegen op de grens tussen Brazilië en Peru vormt de Javari-vallei het leefgebied van zeven volken waarmee contact is gemaakt en zeven groepen die geen contact hebben met de buitenwereld, waarmee dit een van de meest door ongecontacteerde stammen bevolkte gebieden is in Brazilië.

Korubo vrouw met kind in de Javari vallei tijdens het eerste contact.
Korubo vrouw met kind in de Javari vallei tijdens het eerste contact.
© Erling Soderstrom

Een van deze groepen, de Korubo, staan in het gebied bekend als de ‘caceteiros’ of ‘knuppelmannen’ vanwege de grote knuppels die ze gebruiken om zich te beschermen.

In 1996 maakte FUNAI contact met een groep van 30 Korubo die zich hadden afgescheiden van de hoofdgroep. Deze hoofdgroep, waarmee geen contact is gemaakt, vermijdt consequent ook contact met de omringende gemeenschappen.

De groepen in het gebied die onderling contact met elkaar hebben worden geteisterd door dodelijke epidemieën, van ziektes die overgedragen zijn door buitenstaanders. Men vreest nu dat deze ziektes ook overgedragen zullen worden aan de ongecontacteerde groepen, met alle tragische gevolgen van dien.

Kom in actie voor ongecontacteerde indianenstammen in Brazilië

Ook jij kan rechtstreeks bijdragen aan het verbeteren van de levensomstandigheden en de toekomstperspectieven van inheemse stammen.