De Jarawa

Tot 1998 hebben de Jarawa alle contact met buitenstaanders vermeden. Nu worden ze ernstig bedreigd. Stropers verblijven dagen achter elkaar in hun bos en de plaatselijke autoriteiten negeren een uitspraak van het Indiase hooggerechtshof om een verkeersweg door het reservaat van de Jarawa te sluiten.

In 1999 en in 2006 werden de Jarawa getroffen door de mazelen – een ziekte die wereldwijd voor het uitsterven van vele inheemse volken heeft gezorgd. Een derde epidemie zou het einde kunnen betekenen van dit volk.

Kom in actie ↓ Doneer →

BLIKSEM-ACTIE: STOP DE MENSENSAFARI’S!

Stuur een e-mail aan de regering van India.

Een Jarawa man en jongen aan de kant van de Andaman verbindingsweg.
Een Jarawa man en jongen aan de kant van de Andaman verbindingsweg.
© Salomé

De inheemse Jarawa, Groot Andamanezen, Onge en Sentinelezen, die naar schatting al 55.000 jaar de eilanden van de Andamanarchipel in de Indische Oceaan bevolken, vormen tegenwoordig een minderheidsgroep ten opzichte van de honderdduizenden Indiërs die zich de afgelopen tientallen jaren op de eilanden hebben gevestigd.

Hoe leven de Jarawa?

De nomadische Jarawastam heeft een bevolking van ongeveer 400 mannen, vrouwen en kinderen. Net als de meeste stammen die een zelfvoorzienend bestaan leiden op hun oorspronkelijke land, vormen de Jarawa een gezonde, groeiende gemeenschap.

De Jarawa leven in groepen van 40 tot 50 mensen in chaddhas, zoals ze hun onderkomens noemen. Ze jagen op zwijnen en schildpadden en vissen bij de koraalriffen met pijl en boog op krabben en vissen zoals de gestreepte meerval en de pony vis. Ze verzamelen eetbare vruchten, wortels, knollen en honing. Hun bogen zijn gemaakt van chooi-hout, dat slechts op enkele plekken in het Jarawa gebied groeit. Ze moeten vaak lange afstanden afleggen naar het Baratang-eiland om dit hout te verzamelen.

Zowel de mannen als vrouwen verzamelen honing uit torenhoge bomen. Tijdens het verzamelen zingen ze liederen om hun vreugde kenbaar te maken. De honingverzamelaar kauwt sap uit de bladeren van een bijen-werende plant, zoals Ooyekwalin, dat vanuit de mond naar de bijen wordt gesproeid om hen op afstand te houden. Zodra de bijen zich verwijderd hebben, wordt het bijennest losgesneden en in een houten emmer gelegd die op de rug wordt gedragen. De Jarawa nemen altijd een bad na het eten van honing.

In een studie naar hun voeding en gezondheidssituatie werd hun ‘voedingsstatus’ omschreven als ‘optimaal’. Ze bezitten gedetailleerde kennis over meer dan 150 planten en 350 diersoorten.

‘De Jarawa van de Andamaneilanden leven in grote weelde. Hun wouden geven hen meer dan ze nodig hebben.’

Anvita Abbi, Professor in de taalwetenschap, Jawaharlal Nehru University.

In 1998 doken enkele Jarawa voor het eerst op uit het bos om enkele nabijgelegen dorpen en nederzettingen te bezoeken.

In 1990 kwamen de plaatselijke autoriteiten naar buiten met een lange termijn ‘masterplan’ om de Jarawa in twee dorpen onder te brengen, waar ze zich zouden toeleggen op de visvangst, met de suggestie dat ze eventueel zouden kunnen jagen en verzamelen als ‘sport’. Het plan was dermate gedetailleerd uitgewerkt dat zelfs werd voorgeschreven wat voor soort kleding de Jarawa zouden moeten dragen.

Gedwongen vestiging heeft in alle delen van de wereld fatale gevolgen gehad voor pas-gecontacteerde stammen. Dat gold ook voor de andere stammen op de Andamaneilanden.

Na een succesvolle campagne van Survival International en een aantal Indiase organisaties, kondigden de autoriteiten in 2004 een radicaal nieuw beleid aan: het plan om de Jarawa te vestigen werd opgegeven en de stam zou worden toegestaan om hun eigen toekomst te bepalen, waarbij inmenging van buitenaf tot een minimum zou worden beperkt.

Dit was een grote overwinning voor de campagne voor de rechten van de Jarawa.

Wat zijn hun huidige problemen?

Van alle vier Andamanese stammen zijn de Jarawa het meest bedreigd. Ze hebben met meerdere bedreigingen te maken:

De weg die dwars door hun land loopt brengt duizenden buitenstaanders, waaronder toeristen, tot ver binnen hun leefgebied. De toeristen behandelen de Jarawa alsof het dieren zijn in een safaripark.

Andere buitenstaanders, zoals Indiase kolonisten die zich op de eilanden hebben gevestigd en stropers uit omringende landen, dringen het rijke oerwoud binnen en stelen het wild dat de stam nodig heeft om te kunnen overleven.

De Jarawa zijn nog steeds erg kwetsbaar voor ziekten van buitenaf, waar ze weinig of geen weerstand tegen hebben. De hele stam zou door een epidemie weggevaagd kunnen worden.

Jarawa vrouwen worden seksueel misbruikt door kolonisten, buschauffeurs en anderen.

Ook staan ze bloot aan druk om te integreren in de dominante Indiase samenleving.

Wat de Groot Andamanezen en de Onge is overkomen (zie hieronder) moet dienen als een waarschuwing voor wat kan gebeuren met de Jarawa als hun rechten niet worden erkend: hun recht om zelf te bepalen wie hun gebied betreedt en hun recht om zelf te bepalen hoe ze leven.

De Sentinelezen

© Indian Coastguard/Survival

De Sentinelezen bevolken het kleine eiland Noord-Sentinel, waar ze zich blijven verzetten tegen contact met iedere buitenstaander. Wie het eiland benadert wordt aangevallen. De stam kwam in het nieuws vlak na de tsunami in 2004, toen een foto van een Sentinelees die pijlen afschoot op een helikopter de wereld rond ging.

Wie zijn de Sentinelezen?

Net als de Jarawa leven de Sentinelezen van de jacht en van het verzamelen van wortels, knollen, vruchten en honing in het oerwoud. Ook vangen ze vis in de kustwateren. Ze wonen in langgerekte gemeenschapshuizen waarin meerdere haardvuren branden. Ze gebruiken vlerkprauwen (kano met langs de kant van de boot bevestigde drijvers) om de zee rondom hun eiland te bevaren.

Wat zijn hun huidige problemen?

De regering van India heeft meerdere vergeefse pogingen gedaan om ‘vriendschappelijk’ contact tot stand te brengen met de Sentinelezen. Contact met de stam zou vrijwel zeker tragische gevolgen met zich meebrengen, want door hun isolement zijn ze bijzonder kwetsbaar voor ziektes die voor hen onbekend zijn en waartegen ze geen weerstand hebben. De regering heeft verklaard dat ze geen verdere pogingen zal ondernemen om met hen in contact te komen.

© Christian Caron – Creative Commons A-NC-SA

Omdat de kustwateren rondom de andere eilanden in sterke mate zijn overbevist door illegale vissers, richten de stropers zich nu op de zee rondom Noord-Sentinel. In 2006 werden twee vissers door de Sentinelezen gedood toen ze clandestien het eiland naderden.

Wat doet Survival om te helpen?

Survival International dringt er bij de regering van de Andamaneilanden op aan om zich strikt te houden aan haar beleid om af te zien van contact met de Sentinelezen, en om een einde te maken aan de stroperij op en de illegale visvangst rondom hun eiland.

De Onge

De Onge, de oorspronkelijke bewoners van het eiland Klein-Andaman, noemen zichzelf ‘En-iregale’, oftewel ‘volmaakt persoon’. De Onge-bevolking is sinds 1900, na contact met de Britten en de Indiërs, drastisch geslonken van 670 mensen naar de ongeveer 100 Onge die vandaag nog leven.

Ze leven in een reservaat waarvan de omvang slechts een derde is van hun oorspronkelijke gebied. Veel Indiase kolonisten hebben zich op Klein-Andaman gevestigd en een groot deel van het eiland is inmiddels ontbost.

De regering van India deed een poging om de Onge te dwingen om op een plantage te werken in ruil voor voedsel en onderdak, maar slaagde hier niet in. De Onge zijn nu voor een groot deel afhankelijk van voedselpakketten van de overheid.

Het geringe geboortecijfer van de Onge wordt nog meer onder druk gezet doordat de kolonisten op wilde zwijnen jagen. Voor de Onge is het van wezenlijk belang dat er genoeg wilde zwijnen zijn om op te jagen omdat volgens hun traditie mannen niet kunnen trouwen voor ze een mannetjeszwijn hebben gedood.

Survival International zet zich in voor de bescherming van wat er overblijft van het grondgebied van de Onge.

De Groot-Andamanezen

Van de vier stammen op de Andamaneilanden hebben de Groot-Andamanezen het meest te lijden gehad onder de Britse kolonialisering. Van een bevolking van 5000 mensen telt de inheemse bevolking tegenwoordig nog slechts 56.

Oorspronkelijk werd het eiland Noord-Andaman bevolkt door tien verschillende stammen, waaronder de Jeru, de Bea, de Bo, de Khora en de Pucikwar. Elke stam sprak een eigen taal en bestond uit 200 tot 700 mensen. Nu er zo weinig van hen over zijn heten deze stammen gezamenlijk de Groot-Andamanezen.

Last of the Bo Tribe SingsBoa Sr, the last member of the Bo tribe, who died in January 2010, sings.

De Bo kwamen als laatste van de tien stammen in contact met de Britten, vlak voor de volkstelling in 1901. Tegen deze tijd waren ze met nog slechts 48 mensen, de bevolking was massaal bezweken aan ziektes die de kolonisten naar het eiland hadden gebracht en die via de andere stammen ook de Bo hadden bereikt.

Honderden Groot-Andamanezen werden gedood tijdens pogingen hun grondgebied te verdedigen tegen de Britse kolonisten. De Britten stichtten een internaat voor de gevangen Andamanezen. In het zogenaamde ‘Andaman Home’ kwam een omvangrijk deel van het volk door ziekte en mishandeling om het leven. Van de 150 kinderen die in het internaat werden geboren bereikte er geen één de leeftijd van twee jaar.

In 1970 werden de overgebleven Groot-Andamanezen door de Indiase overheid overgebracht naar het piepkleine Strait Island. Hier leven ze nu, volkomen afhankelijk van de overheid voor voedsel, onderdak en kleding. Overmatig alcoholgebruik komt veel voor bij de weinige Groot-Andamanezen die dit alles overleefd hebben.

Kom in actie voor de Jarawa

De campagne van Survival International focust op de Jarawa, omdat de Jarawa van de 4 stammen op de Andamaneilanden het meest wordt bedreigd.

Hoe kunt u helpen?