Hun leefgebied verwoest door houtkap en palmolieplantages.
De Penan leven in Sarawak in het Maleisische deel van Borneo. Ze vormen een nomadenvolk van jagers en verzamelaars.
De Penan voeren een strijd om de vernietiging van hun bossen en daarmee de verwoesting van hun leefgebied, tegen te houden.
De rechten van de Penan op hun land worden niet erkend en hun bossen worden gekapt voor houtwinning, het aanleggen van palmolieplantages en de bouw van hydro-elektrische stuwdammen, waardoor hun voortbestaan wordt bedreigd.
De Penan vormen een nomadenvolk van jagers en verzamelaars. Ze leven diep in de regenwouden van Sarawak, het Maleisische gedeelte van het eiland Borneo.
Hoewel de meeste van de ruim 10.000 Penan zich inmiddels hebben gevestigd in dorpen, is dit oorspronkelijke nomadenvolk nog steeds afhankelijk van het regenwoud. Sommigen leiden zelfs nog steeds een volledig nomadenbestaan.
Na de komst van de Engelsman James Brooke in 1839 werd Sarawak ruim een eeuw lang door hem en zijn opvolgers, de ‘Brooke Rajahs’, geregeerd. Sarawak werd in 1946 overgedragen aan de Britten en in 1963 ingelijfd bij Maleisië.
De regering van Sarawak erkent de eigendomsrechten van de Penan op hun land niet. Sinds de jaren 70 staat zij in heel Sarawak grootschalige commerciële houtkap op het land van de Penan toe.
In 1987 protesteerden veel Penan tegen de houtkap op hun land door het blokkeren van de wegen die door de houtkapbedrijven in het bos waren aangelegd. Ruim honderd Penan werden hierbij gearresteerd.
De Penan zijn echter doorgegaan met hun protesten en blijven blokkades opwerpen tegen de houtkapbedrijven. Sommigen hebben weten te voorkomen dat de bedrijven hun gebied binnendringen, maar bij anderen is een groot deel van hun bos verwoest.

Daar waar alle waardevolle bomen zijn gekapt, zijn de houtkapbedrijven begonnen met het volledig verwijderen van het bos om er palmolieplantages aan te leggen.
De regering van Sarawak heeft ook plannen om twaalf nieuwe hydro-elektrische dammen aan te leggen, waardoor veel dorpen van de Penan en van andere inheemse volksstammen zullen worden overstroomd.
Survival dringt er bij de Maleisische autoriteiten op aan om de eigendomsrechten van de Penan op hun land te erkennen en om een einde te maken aan de houtkap, de aanleg van palmolieplantages, de bouw van dammen en alle andere projecten die zonder hun instemming op hun land worden uitgevoerd.
In tegenstelling tot de andere inheemse volksstammen van Sarawak, die hun voedsel verbouwen, zijn de Penan jagers en verzamelaars.
Ze staan bekend om hun ‘stille’ blaaspijpen en giftige pijlen die ze gebruiken om te jagen. De Penan jagen vooral op wilde varkens.
Ze jagen ook op herten en kleinere dieren, en vangen vis in de vele rivieren die door hun land stromen.
Sago, dat uit de stam van een kleine palmboom komt, is vanouds het voornaamste voedsel van de Penan.
De Penan stampen de sago fijn en laten het drogen in de zon totdat het een poeder is. Ze verzamelen ook varens en vruchten uit het bos.
Veel van de meer gevestigde Penan zijn begonnen met het verbouwen van rijst.
In gebieden waar het bos gekapt is ten behoeve van houtwinning en palmolieplantages, is het vrijwel onmogelijk geworden voor de Penan om zichzelf te onderhouden.
De regering van Maleisië claimt dat Sarawak verantwoord ontbost wordt, maar in feite worden de bossen bijna nergens zo snel vernietigd als daar.

Terwijl de bossen worden gekapt, slibben de rivieren dicht en gaan de vissen dood. De jachtdieren worden steeds verder de bossen, of wat daar nog van over is, ingejaagd, waardoor Penan jagers met lege handen thuiskomen.
Als de bossen weer aangroeien, ontstaat er dik struikgewas. De paden die de Penan generaties lang bewandelden, zijn verdwenen.
De Maleisische houtkapbedrijven, waaronder Samling, Interhill en Shin Yang, opereren met volledige instemming van de regering.
Sommige werknemers hebben de Penan bedreigd met de dood als ze doorgaan met hun verzet. Anderen worden beschuldigd van het verkrachten van Penan meisjes en vrouwen.
In de gebieden waar de grote, oude bomen allemaal zijn gekapt, verwijderen houtkapbedrijven, vooral Shin Yang, het resterende bos om plaats te maken voor palmolieplantages (palmolie wordt gebruikt als biobrandstof en wordt verwerkt in voedsel en cosmeticaproducten).
De plantages betekenen zelfs grotere problemen voor de Penan dan de houtkap, omdat als het land eenmaal met oliepalmen bedekt is, er niets voor hen over blijft.
Met het verliezen van hun bossen, worden de Penan tot armoede veroordeeld en laat hun gezondheid te wensen over door eenzijdige voeding en vervuild water.
In 2008 zijn plannen uitgelekt van de regering van Sarawak voor twaalf nieuwe hydro-elektrische dammen, waardoor veel dorpen van de Penan en van andere stammen zullen worden overstroomd.

Met de bouw van de eerste dam, de Murum dam, is al begonnen, waarbij een bouwcontract is afgesloten met het controversiële Chinese staatsbedrijf China Three Gorges Project Corporation.
Op het bouwterrein zijn Chinese ingenieurs aan het werk, hellingen worden opgeblazen, en aan Penan uit zes dorpen is meegedeeld dat zij moeten verhuizen naar nieuwe gebieden die door de regering zijn aangewezen.
De dammen zijn ontworpen om veel meer elektriciteit te produceren dan Sarawak nodig heeft.
Met het verliezen van hun land vrezen de Penan dat ze hun onafhankelijkheid zullen verliezen. Ze weten dat andere Penan die zich ergens anders hebben moeten vestigen om plaats te maken voor de Bakun dam, niet meer kunnen jagen of verzamelen, en dat ze het moeilijk vinden om genoeg voedsel te verbouwen op de kleine stukjes land die ze hebben gekregen. Ook hebben deze Penan moeite om de rekeningen te betalen voor het gebruik van water en elektriciteit in hun door de overheid gebouwde huizen.
Een brief sturen naar politici en overheden is een eenvoudige en doeltreffende manier om uw zorg uit te spreken en veranderingen te bewerkstelligen.
Steun Survival International en draag rechtstreeks bij aan het verbeteren van de levensomstandigheden en de toekomstperspectieven van inheemse stammen.