De Pygmeeën

Bosbewoners gaan ten onder aan verdringing en discriminatie

Sinds mensenheugenis leven in de bossen van centraal Afrika jager-verzamelaars. In de afgelopen decennia echter zijn hun leefgebieden vernietigd door houtkap, oorlog en oprukkende boerengemeenschappen.

Door de uitbreiding van beschermde natuurgebieden als gevolg van deze problemen, is het steeds moeilijker geworden voor de bosbewoners om in hun levensonderhoud te voorzien en hun sterke band met het bos staat onder druk.

Kom in actie ↓ Doneer →

De Pygmeeënvolken, die in de regenwouden van centraal Afrika leven, zijn van oorsprong jagers en verzamelaars.

Pygmee kinderen
Pygmee kinderen
© Salomé/Survival

De term ‘Pygmee’ heeft een negatieve betekenis gekregen, maar is door sommige inheemse groepen weer in gebruik genomen als een soort geuzennaam waarmee ze hun identiteit bevestigen.

In eerste instantie beschrijven deze gemeenschappen zichzelf echter als bosbewoners vanwege de fundamentele betekenis van het bos voor hun cultuur, hun levensonderhoud en hun geschiedenis.

De verschillende volken, waaronder de Twa, de Aka, de Baka en de Mbuti, leven verspreid over heel centraal Afrika: de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR), de Democratische Republiek Congo (DRC), Rwanda, Oeganda en Kameroen.

Elk volk heeft zijn eigen taal en jachttradities. Hoewel elke gemeenschap met verschillende problemen wordt geconfronteerd, zijn racisme, houtkap en natuurbehoud de grootste bedreigingen voor veel van deze gemeenschappen. Zij veroorzaken ernstige gezondheidsproblemen en brengen geweld en misbruik met zich mee.

Volgens recente schattingen telt de Pygmeeënbevolking ongeveer een half miljoen mensen.

Massana – beelden van het Yaka spel en ritueel Een kijk op de rituelen van de Yaka Pygmeeën voor het rollenspel tussen kinderen en volwassen.

Leven in het bos

Wat deze volkeren gemeen hebben is de nauwe band met het bos waarin ze leven, dat ze aanbidden en al generaties lang beschermen.

De bosbewoners spreken verschillende talen. Jengi, de naam van de bosgeest, is een van de weinige gemeenschappelijke woorden.

Een Pygmee houdt van het bos, zoals ze van haar eigen lichaam houdt
Een gezegde van de Mbendjele

Het belang van het bos als hun spirituele en fysieke bakermat en als bron van hun religie, hun levensonderhoud, hun medicinale kruiden en hun culturele identiteit kan niet genoeg worden benadrukt.

Van oudsher verplaatsten kleine gemeenschappen zich vaak binnen verschillende bosgebieden, waar ze een grote verscheidenheid aan bosproducten verzamelden, waaronder wilde honing, en goederen ruilden met naburige dorpsbewoners.

Jachttechnieken verschillen per groep bosbewoners. Ze gebruiken onder meer pijl en boog, netten en speren.

© Salomé/Survival

Veel gemeenschappen zijn echter verdreven door natuurbeschermingsprojecten en het overgebleven bos is door grootschalige houtkap, uitbreiding van landbouwgrond en door commerciële activiteiten zoals de intensieve handel in ‘wild vlees’, ernstig afgetakeld.

Slechts enkele gemeenschappen hebben schadevergoeding gekregen voor het verliezen van hun onafhankelijke manier van bestaan en de bosbewoners lijden onder extreme armoede en een slechte gezondheid in ‘illegale’ nederzettingen aan de randen van de gebieden die ooit van hen waren.

In Rwanda bijvoorbeeld, verdienen veel Twa die van hun land verjaagd zijn de kost met het verkopen van zelfgemaakt aardewerk.

Nu wordt ook deze manier van bestaan bedreigd doordat ze door de privatisering van land steeds minder klei tot hun beschikking hebben en door de toename van plastic producten.

Bedelen en zichzelf aanbieden als goedkope arbeidskrachten zijn de enige mogelijkheden die nog over zijn voor veel verdreven en verstoten bosbewoners.

Geen rechten

Een fundamenteel probleem voor de Pygmeeënvolken is het gebrek aan erkenning van landrechten voor jager-verzamelaars. Dit gaat in vele Afrikaanse staten gepaard met de ontkenning van hun inheemse status.

Pygmee gezin
Pygmee gezin
© Salomé/Survival

Omdat de eigendomsrechten van de Pygmeeënvolken op bosgebieden waar zij van afhankelijk zijn, op nationaal niveau niet erkend worden, kunnen buitenstaanders of overheden zonder wettelijke barrières en zonder enige schadevergoeding hun land overnemen.

Die gemeenschappen die hun traditionele middelen van bestaan en hun land hebben verloren, bevinden zich aan de onderkant van de maatschappij – zij zijn het slachtoffer van alomtegenwoordige discriminatie die elk aspect van hun leven beïnvloedt.

Slechte gezondheid en geweld

Bosbewoners die op het land wonen dat ze al eeuwenlang bewerken, zijn beter gevoed en hebben een betere gezondheid dan degenen die van hun land zijn verdreven.

De gevolgen van het verlies van hun land zijn voorspelbaar: verval tot armoede, een slechte gezondheid en een grote afbreuk van hun identiteit, hun cultuur en de band met hun land. Hierdoor ontstaat een nieuwe onderklasse die de steun van de centrale overheid nodig heeft.

Pygmeeën
Pygmeeën
© Salomé/Survival

De strijd die zich in Congo afspeelde, was met name voor de Pygmeeënvolken uitzonderlijk wreed. Ze werden vermoord en verkracht en waren, zoals wordt beweerd, slachtoffer van kannibalisme door de zwaarbewapende strijders.

In 2003 hebben afgevaardigden van de Bambuti’s een petitie ingediend bij de VN met het verzoek om hun volk te beschermen tegen het verschrikkelijke misbruik door de gewapende milities in Congo; het extreem hoge aantal vrouwenverkrachtingen door de gewapende mannen getuigt hiervan. Een van de gevolgen is het toenemende aantal gevallen van HIV/Aids.

“Zo lang we ons kunnen herinneren hebben we wreedheden, bloedbaden en genocide meegemaakt, maar we hadden nog nooit meegemaakt dat er op mensen werd gejaagd en dat ze letterlijk werden opgegeten als wilde dieren, zoals onlangs is gebeurd”, zegt een woordvoerder van de Mbuti, Sinafasi Makelo.

De Batwa hebben ook onevenredig veel geleden tijdens de genocide in Rwanda in 1994: onderzoek schat dat 30% van de Batwa gedood zijn – meer dan het dubbele van het nationale gemiddelde.

Daar waar Pygmeeëngemeenschappen nog steeds kunnen jagen en verzamelen in het bos, waarvan zij vanaf oudsher afhankelijk zijn, zijn zij goed gevoed.

Pygmee jager
Pygmee jager
© Salomé/Survival

Zodra zij uit het bos verdreven zijn – meestal zonder enige vorm van compensatie of alternatieve manier om de kost te verdienen – gaat hun gezondheid snel bergafwaarts. Een onderzoek laat zien dat 80% van de Baka in Kameroen, die hun bestaan als jagers-verzamelaars hebben moeten opgeven, aan een pijnlijke huidaandoening (yaws) lijdt.

Verder onderzoek wijst uit dat Pygmeeënvolken die in het bos wonen minder ziektes onder de leden hebben dan naburige Bantu gemeenschappen, die te kampen hebben met malaria, reuma, infecties aan de luchtwegen en hepatitis C.

Daar komt nog bij dat de gevestigde gemeenschappen niet langer kunnen beschikken over hun eigen vertrouwde geneesmiddelen uit het bos en ze lopen het gevaar dat ze hun rijke traditionele kennis over medicinale kruiden verliezen.

Veel stammen hebben geen toegang tot reguliere gezondheidszorg doordat deze niet beschikbaar is, doordat ze geen geld hebben of door een mensontwaardige slechte behandeling. Bosbewoners hebben niet direct toegang tot vaccinatieprogramma’s en er gaan geruchten dat Pygmeeën door gezondheidswerkers worden gediscrimineerd.

Racisme

Een belangrijke oorzaak van de vele problemen waarmee bosbewoners worden geconfronteerd is racisme.

Hun egalitaire sociale structuur wordt vaak niet gerespecteerd door naburige gemeenschappen of internationale bedrijven en organisaties die juist steunen op sterke (mannelijke) leiders.

© Salomé/Survival

De nauwe band die de bosbewoners met het bos hebben, werd ooit gewaardeerd en gerespecteerd door andere gemeenschappen, maar wordt nu bespot.

Veel boeren en kuddedrijvers in de regio beschouwen de bosbewoners – die land noch vee bezitten – als ‘achterlijk’, ‘verpauperd’ en ‘inferieur’, en ze worden vaak als ‘onrein’ gezien.

Gebrek aan politieke erkenning en vertegenwoordiging

In een poging etnische conflicten te verminderen, dragen sommige Afrikaanse regeringen, als Rwanda en Congo, het idee uit dat de natie één volk is. Ze ontkennen daarmee pertinent de inheemse status van de Pygmeeën en weigeren zo hun afwijkende behoeftes te erkennen.

Pygmeeënvolken worden in de regeringen van de landen waar ze leven, erg slecht vertegenwoordigd, op welk niveau dan ook.

Hun lage status en gebrek aan vertegenwoordiging maakt het moeilijk voor hen om hun land, inclusief de waardevolle natuurlijke rijkdommen, te verdedigen tegen buitenstaanders.

Slavernij

In augustus 2008 werden in Congo ongeveer 100 Pygmeeën die in slavernij leefden, vrijgelaten. Vrijwel de helft stamde uit families die al generaties lang in slavernij werden gehouden.

Pygmee moeder en kinderen
Pygmee moeder en kinderen
© Salomé/Survival

Deze behandeling komt voort uit het idee dat Pygmeeën een lage status hebben en beschouwd kunnen worden als ‘eigendom’ van hun ‘meesters’.

Veel verdreven Pygmeeën worden gedwongen om landbouwgrond te bewerken. Ze zijn erg kwetsbaar zonder land of vertegenwoordiging en krijgen weinig sympathie en steun.

In de hele regio krijgen Pygmeeën over het algemeen minder betaald.

Houtkap en nationale parken

Veel van het land waar Pygmeeënvolken van oudsher leven, is rijk aan hout en mineralen.

Er is een wedren tussen de houtkapbedrijven en de natuurbeschermers om het resterende bos te claimen.

De rechten en de behoeftes van de bosbewoners worden genegeerd in de strijd om de bossen van centraal Afrika.

Pygmee jager
Pygmee jager
© Salomé/Survival

Bij de eerste tekenen van vrede in Congo haastten multinationale houtkapbedrijven zich om het kostbare hout te kappen.

Locale gemeenschappen worden vaak misleid tot het schriftelijk afstand doen van de rechten op hun land. Met als gevolg dat ze hun culturele erfenis, de bron van hun levensonderhoud en hun voedselvoorziening verliezen in ruil voor een handvol zout, suiker of een kapmes.

De gevolgen zijn verschrikkelijk voor de mensen, het bos, het klimaat en de toekomst van dit wanhopig instabiele land.

In het kielzog van de houtkapbedrijven komen duizenden kolonisten, die erg graag landbouw willen bedrijven op dit nieuw-ontgonnen land, en die vijandig zijn tegen de bosbewoners, van wie het bos verwoest is.

Sinds we van ons land verdreven zijn, volgt de dood ons. We begraven bijna elke dag wel iemand. Het dorp wordt steeds leger. We lopen het gevaar uit te sterven. Alle oude mensen zijn inmiddels dood. Onze cultuur sterft ook uit.
Mutwa man uit Kalehe, Congo.

Bosbewoners bevinden zich in een vicieuze cirkel: hun bossen zijn hun ontnomen en daarmee hun middelen van bestaan, ze verarmen steeds verder doordat buitenstaanders misbruik maken van hun situatie.

Doordat ze steeds armer worden, zijn ze steeds minder in staat om hun rechten te verdedigen. De bosgebieden worden opgeslokt door uitgestrekte plantages, die het eigendom zijn van multinationals.

In Kameroen worden Bagyeli gemeenschappen die aan de rand van het nationale park Campo Ma’an leven, samengeperst tussen het natuurgebied en het land dat de multinationals tot hun beschikking hebben gekregen om te exploiteren.

De Bagyeli mogen niet jagen en voedsel verzamelen op de oliepalm- en rubberplantages. Ze zijn niet schadeloos gesteld vanwege het verlies van hun land. Er zijn geen banen en er is geen gezondheidszorg of financiële hulp beschikbaar.

Hun gezondheid verslechtert doordat er veel muggen tussen de gewassen leven, waardoor malaria in het gebied is toegenomen. Het oorspronkelijke rijke dieet van de Bagyeli is ernstig verschraald, doordat ze niet meer kunnen beschikken over voedsel uit het bos.

Hun levensomstandigheden zijn niet onze verantwoordelijkheid, net zo min als het armoedeprobleem.
John Makombo, van de Oegandese Wildlife Authority.

Buitenstaaders die op de plantages zijn gaan werken, discrimineren de Bagyeli en jagen op het wild, waardoor de Bagyeli hun voornaamste bron van eiwitten wordt ontnomen.

Natuurbehoud

In 1991 werd het Bwindi Impenetrable Forest in Oeganda uitgeroepen tot nationaal park. De Batwa werden verdreven en mochten niet langer jagen en voedsel verzamelen; slechts enkelen kregen een schadevergoeding. Er werd niet met hen overlegd.

De meesten leven momenteel als ‘illegalen’ op het land van anderen, altijd bang dat ze worden weggejaagd, zonder toegang tot het bos en zonder eigen land.

© Kate Eshelby/Survival

Stamoudsten vertellen dat ze hun kinderen niet de traditionele vaardigheden kunnen leren, zoals het verzamelen van honing, het jagen en de kennis van medicinale kruiden, doordat ze geen toegang tot het bos hebben.

De Batwa zijn verdreven uit de nationale parken en worden mishandeld en uitgebuit door de boeren buiten de parken. Boeren die zich met hun boerderijen in de bossen hadden gevestigd, werden schadeloos gesteld bij het aanwijzen van de natuurgebieden. De verdreven Batwa niet.

Op een dag waren we in het bos toen we mensen met machinegeweren zagen aankomen. Ze zeiden tegen ons dat we het bos moesten verlaten. We waren erg bang, dus we begonnen te rennen zonder te weten waar naar toe. Een aantal van ons zijn verdwenen. We weten niet waar ze gebleven zijn, misschien zijn ze wel dood. Doordat we weggejaagd zijn, is onze gemeenschap uiteengevallen.
Sembagare Francis

De inkomsten uit het toerisme in de voornaamste nationale parken zijn aanzienlijk. Buitenlandse toeristen betalen honderden dollars voor een dagtocht om de gorilla’s in Bwindi te zien.

Dit geld gaat naar de regering van Oeganda. Het zijn de bosbewoners die aan het kortste eind trekken.

Verdreven

Twa gemeenschappen zijn in het hele gebied verdreven uit parken, waaronder het Volcanoes National Park (in Rwanda), Mgahinga (in Oeganda) en Kahuzi-Biega in Congo.

Doordat hun land is aangewezen als natuurgebied waar ze zelf niet meer welkom zijn, leven deze gemeenschappen in erbarmelijke omstandigheden. Levend in armoede, ‘illegaal’ op de grens van het land dat ooit van hen was, zijn ze aangewezen op bedelen en op werken voor anderen voor een hongerloon.

In 1999 werd het nationale park Campo Ma’an afgebakend, als compensatie voor de milieuschade die veroorzaakt was door de Chad-Cameroon oliepijplijn.

De Bagyeli jager-verzamelaars verloren niet alleen hun land, maar ze kregen ook geen toegang meer tot het gebied en werden, zonder enig overleg, gedwongen zich permanent te vestigen en een agrarisch bestaan op te bouwen.

In de nationale parken Lake Lobeke en Boumba-Bek in Kameroen kwam Global Environment Facility, een van de financieerders van de parken, er onlangs achter dat verscheidene Baka gemeenschappen waren verdreven en dat 8000 mensen hun inkomen waren kwijtgeraakt, aangezien zij afhankelijk waren van het jagen en voedsel verzamelen in het gebied.

Kom in actie voor de Pygmeeën

Ook jij kan rechtstreeks bijdragen aan het verbeteren van de levensomstandigheden en de toekomstperspectieven van inheemse stammen.